Tevelingshof

Hofje aan de Binnenvestgracht, Leiden · gesticht in 1666

De stichters

De broers

Charles, de oudste broer, was ongehuwd. In zijn testament bepaalde hij dat uit zijn nalatenschap een hof van twaalf huisjes zou worden gebouwd als zijn broer kinderloos zou overlijden. Het getal twaalf verwijst naar de twaalf discipelen.

Een testament, en een tweede

Jacob was getrouwd met Elisabeth van der Vincent. Zij kregen negen kinderen. Alle kinderen overleden jong, op één na: Johannes, een innocent. Waarschijnlijk was de pest de oorzaak; die heerste in 1655 in de stad en bracht de Leidse bevolking bijna terug tot de helft.

Na het overlijden van hun kinderen maakten ook Jacob en Elisabeth een testament. Zij bepaalden dat er na hun dood niet twaalf, maar twintig woningen zouden worden gebouwd.

Hoe kwamen de twintig huisjes tot stand?

Charles bepaalde in zijn testament twaalf huisjes, Jacob en Elisabeth maakten er uiteindelijk twintig van. Het hof is daarom in twee bouwfasen gebouwd, elk uit een eigen nalatenschap:

Bouwfase 1 · 1666

Betaald uit de nalatenschap van Charles. Ontwerp en bouw door Willem van der Helm.

Twee rijen van zes huisjes = 12 huisjes

Bouwfase 2 · 1679

Betaald uit de nalatenschap van Jacob en Elisabeth. Ontwerp door zijn opvolger Antoni Breedveld.

Twee rijen van vier huisjes = 8 huisjes

12 + 8 = 20 huisjes

De executeurs-testamentair, de eerste regenten, kochten het stuk grond aan de Binnenvestgracht. Het waren Jacob Vromans, chirurgijn en lijfarts van Jacob, en Van Assendelft, een vriend van Jacob. Het perceel was geen mooi recht stuk: het had de vorm van een parallellogram, een ruit.

Zij gaven stadstimmerman en stadsbouwmeester Willem van der Helm opdracht om uit de nalatenschap van Charles twaalf huisjes te ontwerpen en te bouwen. Zo kwam het hof in twee fasen tot stand: in 1666 twee rijen van zes huisjes, en in 1679, uit de nalatenschap van Jacob en zijn vrouw, twee rijen van vier huisjes door zijn opvolger, stadsbouwmeester Antoni Breedveld.

De ruit als ontwerp

Het ontwerp volgt de vorm van de grond. De ruit komt overal terug: in de pomp, de putdeksels, de huisjes en de plavuizen in de hal. Twee zijden van het hof grensden aan het water van de Vierde Binnenvestgracht. Leiden heeft nog vijf van zulke binnenvestgrachten (als straatnamen), deels gedempt.

Charles woonde aan de Hooglandsekerkgracht en Jacob aan de Langebrug. Beiden zijn begraven in de Hooglandse Kerk.